CMERK 2026: Blijf bij ons, in de stroom

Twee vrienden verlaten Jeruzalem. Hun hoop is ingestort. Op weg naar Emmaüs voegt een vreemdeling zich bij hen. Hij luistert naar hun verdriet en hun verwarring, en spreekt met hen over de Schriften – over Gods breekbare maar aanhoudende belofte. En hun hart brandt. Ze zeggen: “Blijf bij ons, want het wordt avond.” En wanneer ze samen het brood breken, herkennen ze hem: Christus, de levende. Maar op datzelfde moment verdwijnt hij. Het wonder van dit verhaal is dat Jezus het meest nabij is wanneer hij nog niet herkend wordt. In de vreemdeling die meeloopt. In het gesprek. In het luisteren. Daar, in die kwetsbare ontmoeting, brandt het hart.

Deze woorden klinken tijdens de viering op de laatste ochtend. Marius van Hoogstraten sprak ze uit. En misschien zijn het die woorden waar het thema van deze dagen het best in doorschemert: samen bewegen in geloof en dansen in de stroom.

Want geloof is geen stilstaand punt. Het is altijd beweging. Zoals die weg naar Emmaüs – een weg van herinnering en verwachting, van verlies en nieuw begin. Beweging draagt het verleden met zich mee, en opent tegelijk de toekomst. Dat hebben we gezien in de vieringen, de workshops en de ontmoetingen van deze dagen. En dan dat beeld: dansen in de stroom. Het klinkt bijna tegenstrijdig. Hoe blijf je staan in een stroom die je kan meesleuren? Hoe kun je dansen in een wereld die zo onzeker, soms zelfs beangstigend is? En toch – dat is precies waar geloof gebeurt. Niet buiten de stroom. Maar erin. Soms erin meegaand. Soms ertegenin. Altijd in beweging.

De CMERK 2026 zat vol beweging en dansen in de stroom. Bijvoorbeeld in het verhaal van Vasyl, een jonge Oekraïner die in 2022 in Litouwen studeerde toen de oorlog uitbrak. Hij koos – niet vanzelfsprekend – voor geweldloosheid. Hij deelde zijn verhaal op de CMERK met tieners, met jongvolwassenen en in de workshop “Responses to Militarization”. Hij sprak over zijn overtuigingen, zijn worsteling, zijn keuzes. En in dat delen gebeurde iets wat lijkt op Emmaüs: er werd geluisterd, echt geluisterd. En harten begonnen te branden.

In de workshop over militarisering hoorden we meer van zulke wegen. Vanuit Zwitserland, waar gezocht wordt naar alternatieven voor militaire dienst. Vanuit Noord-Amerika, waar kerken samen optrekken tegen herinvoering van dienstplicht. Vanuit Colombia, waar gewetensbezwaarden steun zoeken en ontvangen. Vanuit Oekraïne, waar die keuzes steeds moeilijker worden. En vanuit Nederland, in gesprekken rond vredesmaaltijden, waar jongeren samen zoeken naar wat vrede betekent.

Iedere stem een eigen verhaal. Elke context anders. En toch verbonden door dezelfde zoektocht. Hoe bewegen wij – in geloof – in een wereld die steeds meer onder druk staat? Die vraag klonk ook door in de workshop “Churches after Certainty”. Daar werd ruimte gemaakt voor gevoelens rond de klimaatcrisis. Niet alleen denken, maar ook voelen. In een cirkelgebed. In gebedsvlaggetjes. In een LEGO-kerk – een speels, maar diep beeld van een gemeenschap die zich moet aanpassen, die leert leven in verandering. Ook daar geen vaste grond. Maar wel beweging.

Ook onder de jongeren gebeurde iets van diezelfde beweging. In het kinderprogramma werd geloof bijna tastbaar – niet in grote woorden, maar in spel, muziek en verbeelding. De ‘wachtkamer’ werd een woonkamer. Een plek van wachten werd een plek van leven. Kinderen zaten op zitzakken, bouwden, knutselden, maakten instrumenten – en  zonder dat het zo genoemd werd, ontstond er gemeenschap. Ze bleven niet stilzitten. Ze bewogen. In spelletjes die generaties verbinden – koekhappen, met eieren rennen, lachen om het missen van de juiste plek bij ezeltje prik. In muziek van Luuk Lenders, die je overal kon horen: accordeon, fluit, bellen, en daarna de kinderen zelf – met kazoos, emmers en alles wat geluid kon maken. In het verhaal van de Zandtovenaar. Geen perfecte harmonie, maar een vreugdevolle chaos. Misschien wel precies zoals geloof soms klinkt.

Tijdens het rolstoeldansen gebeurde iets bijzonders. Voor sommigen was het onwennig, voor anderen vanzelfsprekend. En dan dat jonge kind, drie jaar oud, dat zonder aarzeling begon te draaien, te zwieren, te bewegen – alsof het al wist: dit kan ook. Alsof het ons iets voordeed. Want geloof leren we niet alleen door te luisteren. Maar ook door te doen. Door mee te bewegen in het leven van de ander. Zelfs het avontuur van de bus met dierentuinbezoekers – vast in smalle straatjes, zoekend naar ruimte – werd een beeld. Voorzichtig vooruit, weer een stukje terug, samen kijken hoe het wél kan. Mensen die samenkomen, helpen, meedenken. Onverwachte verbondenheid, midden in de chaos.

Misschien is dat wel precies waar ook de jongsten ons iets leren: dat bewegen in geloof niet begint bij zekerheid, maar bij vertrouwen. Bij spel. Bij het durven proberen. En ook daar, tussen zitzakken en knutseltafels, tussen muziek en gelach, brandt het hart.

Dat is wat ons als doopsgezinde gemeenschap al vijfhonderd jaar kenmerkt. Zoeken. Twijfelen. Proberen. Hopen. Bewegen. Onze voorouders moesten zich een weg banen door een vaak vijandige wereld. Soms alles achterlatend. Soms met gevaar voor eigen leven. En toch gedragen door vertrouwen. Vandaag is de context misschien anders – maar de beweging blijft. Gemeentes veranderen, krimpen, zoeken nieuwe vormen van samenzijn. Ons geloof beweegt mee met de fasen van ons leven. Met vragen, met twijfels, met nieuwe inzichten. En steeds opnieuw klinkt de vraag: hoe leven wij ons geloof? Hoe geven wij vorm aan vrede? Hoe blijven wij trouw in een veranderende wereld? Emmaüs laat zien dat we die weg niet alleen gaan.

Christus komt ons tegemoet – niet altijd herkenbaar, niet altijd zichtbaar, maar aanwezig in de ontmoeting. In de vreemdeling die vriend wordt. In het gesprek dat ontstaat. In het hart dat begint te branden. Daarom komen wij samen –als gemeentes, nationaal, in Europa, wereldwijd. Om onze verhalen te delen. Om verbondenheid te vieren. Om elkaar vast te houden in beweging. Want geloof is persoonlijk – maar nooit alleen.

En toen wij weer uit elkaar gingen, terug naar onze eigen plaatsen en onze eigen context – waren we terug in de stroom. Een stroom die soms onzeker is. Die ons soms angstig maakt. Maar ook een stroom waarin leven is. Ontmoeting. Hoop. Misschien is dat onze roeping: niet om buiten de stroom te gaan staan, maar om erin te blijven bewegen. Om, soms wankelend, soms krachtig – te blijven dansen. Om ruimte te maken voor de vreemdeling. Om te luisteren. Om verhalen te delen. En om, steeds weer, die woorden te vinden.

Blijf bij ons.

Tekst: Kalle Brüsewitz (met dank aan Marius van Hoogstraten, Franka Riesmeijer en Iris Speckmann)
Beeld: Kalle Brüsewitz, Carlien Pels